Jouw wil staat achter de deur

De grootste uitdaging van het onderwijs vandaag

“Jouw wil? Jouw wil staat achter de deur.” Op deze manier werd me als kind duidelijk gemaakt dat ik me moest schikken. Als je vijftig plus bent, zal je dat zeker herkennen. Het ging namelijk overal zo. De generatie voor ons had meer te verduren. In hun tijd gold dat de kinderwil eerst gebroken moest worden, om deze daarna gecultiveerd weer op te kunnen bouwen.

Nederland was sterk verzuild: de samenleving was samengesteld uit zelfvoorzienende subcommunities. Katholieken, protestanten, socialisten en liberalen: iedereen kende eigen voorzieningen zoals verenigingen, omroepen en ook scholen. En of we nu wilden dat onze kinderen goede katholieken werden, eerlijke protestanten of rechtgeaarde socialisten, onderwijs was gebaseerd op een levensfilosofie waarbinnen een expliciet mensbeeld een dominante rol speelde.

De levensovertuiging van de gemeenschap gaf betekenis aan het leven. Als mens zijn we altijd op zoek naar betekenis en duiding. “Wij zijn een ritueel dier”, zoals de Vlaamse filosoof Herman de Dijn stelt (zie video hieronder). Nu we collectief afscheid hebben genomen van oude tradities, zie je een zoektocht naar nieuwe, eigentijdse rituelen. Het sterkst zijn deze zichtbaar rondom belangrijke momenten, zoals geboortes, bruiloften en begrafenissen.

Maar de invloed blijft niet beperkt tot sleutelmomenten in het leven. Levensovertuigingen geven structuur aan vrijwel alle aspecten van het leven. Met de ontzuiling en ontkerkelijking van onze samenleving hebben we goeddeels afscheid genomen van expliciete levensovertuigingen. Dat is geleidelijk gegaan. We leven niet meer in afgescheiden silos waarbinnen een gemeenschappelijk wereld- en mensbeeld de mores dicteert. Er is minder gemeenschapszin en de moderne mens wordt op zichzelf teruggeworpen. Het lijkt een bevrijding.

Onze levensovertuiging geeft ook vorm aan het onderwijs. Want onderwijs is altijd een exponent van een gedeeld mensbeeld. Dit mensbeeld bepaalt namelijk hoe we het kind zien, en wat we belangrijk vinden om te ontwikkelen. Hoe zit dat nu dan? Delen we dan helemaal geen mensbeeld meer? Is er niets in de plaats gekomen van de verzuilde beelden?

We zijn geen openlijke aanhangers, maar stille collaborateurs van deze nieuwe visie.

Zeker wel. Het nieuwe mensbeeld is echter onuitgesproken, het is impliciet. Maar daardoor heeft het niet minder invloed. We zijn geen openlijke aanhangers, maar stille collaborateurs van deze nieuwe visie.

Het cogito ergo sum (ik denk dus ik besta) van Descartes is in een kleine vierhonderd jaar geëvolueerd tot ego cerebrum meum: ik ben mijn brein. Oftewel: ik zit in mijn hoofd.

“Wat is dat nieuwe mensbeeld dan, waarvan je mij beschuldigt aanhanger van te zijn?” Zul je je misschien verontwaardigd afvragen. Dit nieuwe gemeenschappelijke mensbeeld is gebaseerd op dat wat de wetenschap ons leert. Namelijk: de mens is een toevallig product van de evolutie. Bewustzijn is een bijproduct van biochemische processen in het brein. De vrije wil bestaat niet. Het is een mensbeeld dat zelden expliciet wordt verwoord, maar de invloed is er niet minder om. Het cogito ergo sum (ik denk dus ik besta) van Descartes is in een kleine vierhonderd jaar geëvolueerd tot ego cerebrum meum: ik ben mijn brein. Oftewel: ik zit in mijn hoofd.

“Wij beschouwen uw kind als een uniek algoritme en we staan te popelen dit cognitief te ontwikkelen”

Er zal geen schoolgids zijn die de ouder welkom heet met: “Wij beschouwen uw kind als een uniek algoritme en we staan te popelen dit cognitief te ontwikkelen”. Maar dit is wel hoe het onderwijssysteem is ingericht. Er is een sterke nadruk op meetbare cognitieve doelen. En deze visie sluit ook goed aan bij de manier waarop wij onze samenleving hebben ingericht. We leven namelijk in een informatiesamenleving, waardoor we ons geld verdienen met het verwerken van kennis. We zijn kenniswerkers. Het is hierdoor verklaarbaar dat we in het onderwijs kennis en de cognitieve ontwikkeling van kinderen overbelichten.

Maar dit sluit niet aan bij natuur van de meeste leraren. Leraren zijn mensenmensen die voor het leraarschap kiezen vanuit idealisme. Ze willen zinvol werk. Bijdragen aan de ontwikkeling van jonge mensen. Inspireren. Het verschil maken. Maar in de praktijk worden ze tegen hun wil gedwongen tot zakelijke rapportages en moeten ze sturen op optimaal leerrendement. Het resulteert in een innerlijke strijd tussen de geïnspireerde leraar die zijn leerling holistisch benadert en de plichtsgetrouwe werknemer die moet meten en rapporteren. Volgens de regels. Deze interne strijd eist zijn tol. Het is geen wonder dat bijna een kwart van alle werknemers in het onderwijs thuis zit met burnout-klachten.

Maar het sluit ook niet aan bij de wil van het kind. De motivatie van de Nederlandse leerling is laag. De onderwijsinspectie stelt: “In vergelijking met andere landen zijn Nederlandse leerlingen in het voortgezet onderwijs minder gemotiveerd om te leren. Recent onderzoek laat onder meer zien dat leerlingen gemotiveerd beginnen aan de eerste klas van het voortgezet onderwijs, maar dat deze motivatie de jaren daarna daalt. Uit ander onderzoek blijkt zelfs dat Nederlandse leerlingen de minst gemotiveerde lezers ter wereld zijn.” Het RIVM meldt ondertussen dat meer dan 14% van de jongeren psychische klachten heeft.

Als klap op de vuurpijl kampen we met een ongekend lerarentekort. Dus hoewel er professionals werken met de beste bedoelingen is het niet overdreven om te stellen dat er sprake is van een crisis in het onderwijs.

Als we het onderwijs willen vernieuwen, dan is het wijs om te beginnen bij het mensbeeld. Omdat het mensbeeld bepaalt wat we belangrijk vinden en welke aspecten we willen ontwikkelen. Ons mensbeeld is de basis van onze intentie en ons waardesysteem. Is het mogelijk om het beeld van de mens als een algoritme, dat we cognitief moeten ontwikkelen, te opponeren met een rijker beeld?

Want geen enkele ouder zal zijn kind ziet als een algoritme. Maar we willen ook niet terug naar religieuze dogma’s. Wat is wijsheid? In het mogelijk om een mensbeeld te formuleren, dat aansluit bij de tijdgeest en waarmee het onderwijs praktisch aan de slag kan? Een mensbeeld dat niet terugvalt op de zuilen die we achter ons lieten? Ik denk het wel.

Ik onderzoek een drietal aspecten van de mens vrij diepgaand [in komende artikelen]. Het zijn aspecten die ieder mens in zichzelf zal herkennen en die al sinds mensenheugenis onderwerp zijn van filosofische beschouwingen, maar ook in ons dagelijks taalgebruik voortdurend voorbij komen, namelijk: ‘Ik denk’, ‘ik wil’ en ‘ik voel’.

Vanuit een eenzijdige aandacht voor hun cognitieve ontwikkeling leren we kinderen denken. We trainen het geheugen en met kennis en inzicht zorgen we dat ze de wereld steeds beter begrijpen. Zo lijkt het. Maar na verloop van tijd kunnen leerlingen hun geavanceerde denkmachine niet meer uitzetten. Nooit geleerd.

Het is een bizarre paradox. We cultiveren het denken en verfijnen het tot een vernuftig mechaniek, maar tegelijkertijd ontwikkelt zich onbedoeld in ieder kind een monkey mind waarbinnen gedachten voortdurend van de hak op de tak springen. Een maalstroom van gedachten waarover we geen controle hebben.

Het onderwijs is als een tuinman die je voortuin aanharkt, de planten water geeft en er de heg snoeit en na een dag noeste arbeid huiswaarts keert. Ondertussen is je achtertuin overwoekerd als een jungle, waar een aap je schuur sloopt.

Het lijkt normaal. Maar dat is het niet. Het onderwijs is als een tuinman die je voortuin aanharkt, de planten water geeft en er de heg snoeit en na een dag noeste arbeid huiswaarts keert. Ondertussen is je achtertuin overwoekerd als een jungle, waar de voornoemde aap je schuur sloopt. Het roept bij mij ook een beeld op van een machine die zichzelf saboteert omdat we het denken in die mate stimuleren dat we niet meer kunnen stoppen noch sturen.

Het is dus van belang dat een en ander in evenwicht komt. We willen niet alleen dat de volgende generatie helder kan denken, maar ook weet wat zij wil, en emotioneel evenwichtig is. Het is niet vanzelfsprekend dat dit automatisch gebeurt.

Onderwijskundigen en filosofen die hierover in het Nederlandse taalgebied interessant denkwerk verrichten en hierover publiceren zijn bijvoorbeeld hoogleraar filosofie Jan Bransen en emeritus hoogleraar onderwijskunde van de Universiteit Utrecht Fred Korthagen. Maar een wetenschappelijke benadering weerhoudt ons echter om tot de essentie door te dringen.

Een filosoof is als een visser met watervrees, die denkt dat hij door zijn hengel uit te werpen de diepte van de zee leert kennen.

Want wetenschappers en filosofen in het bijzonder zullen de wereld altijd blijven benaderen vanuit het denken. Ze zijn als vissers die vanuit de boot met hun hengel de diepte van de oceaan proberen te peilen. Om iets zinnigs te kunnen zeggen over de aspecten denken, willen en voelen moeten we afdalen naar een dieper gelegen kern, van waaruit het mogelijk is om als stille getuige de samenhang der dingen waar te nemen. Om echt waardevolle observaties te doen is het van belang om zelf af te dalen en de ‘denkboot’ even te laten voor wat het is.

Kom, we gaan zwemmen.

Hans Hoornstra
No Comments

Sorry, the comment form is closed at this time.