Je hebt geestverruiming nodig

In een recente discussie met Maarten de Winter werd ik uitgenodigd om de overeenkomsten en verschillen tussen #wendbaarheid en #veerkracht te onderzoeken. Het deed me ook denken aan een eerder gesprek met Jacqui Brassey, waarbij zij de term emotionele flexibiliteit gebruikte in een artikel en ik haar daarvoor in de plaats het begrip wendbaarheid voorstelde.

Er zit veel overlap in beide begrippen natuurlijk. Ik merk dat wendbaarheid een beetje een modewoord aan het worden is. Ik wil me niet te zeer verliezen in een semantische discussie over de betekenis van beide begrippen. Interessanter is de vraag welke kern ze delen.

In een sterk veranderende omgeving zijn beide kwaliteiten noodzakelijk: wendbaarheid en veerkracht. Bij wendbaarheid, gaat om een alerte omgevingsbewuste houding en het snel kunnen verleggen van koers, wanneer dat nodig is. Het sluit perfect aan bij de beeldspraak van olietankers en speedboten van Menno Lanting. Organisaties zullen volgens hem steeds compacter worden en netwerkstructuren aannemen om wendbaarder te zijn. Maar wat betekent dit voor het individu?

Veerkracht is een meer intrapersoonlijke kwaliteit, zo lijkt het op het eerste gezicht. Veerkracht heeft een connotatie van meebewegen, jezelf oprichten nadat je bent gevallen. Omgaan met tegenslag. Om wendbaar te kunnen zijn, is veerkrachtigheid een voorwaarde, denk ik.

Maar beide begrippen dekken wat mij betreft – nu ik erover nadenk – de lading niet helemaal, wanneer je wilt aangeven wat nodig is om je staande te houden (of jezelf weer op te richten na een val) in een dynamische omgeving. Wat mist is het aspect van verandering op persoonlijk niveau. Er is mogelijk een derde begrip dat de twee andere omvat. Ik denk aan het begrip geestverruiming.

Het gaat om het omarmen van ongemak.

Ik bedoel daarmee niet hallucineren of jezelf verliezen in waanbeelden, waarbij de eigen besturingskracht vermindert. Ik sta een andere betekenis van geestverruiming voor, die zowel noodzakelijk is om veerkracht als om wendbaarheid te ontwikkelen. Het gaat om het omarmen van ongemak.

Dit moet ik toelichten. In een eerder artikel beschrijf ik hoe de persoonlijkheid door de jaren heen, uitkristalliseert. Het ik-bewustzijn wordt steeds vaster omlijnd. De binnenwereld resoneert prettig, of op zijn minst herkenbaar, met de buitenwereld. Een stimulus wordt in dit bewustzijn, halfautomatisch opgevolgd door een interpretatie en een respons. In deze wisselwerking, wordt het ik-bewustzijn voortdurend bevestigd. Ik noemde dat in het eerder aangehaalde artikel: resonantie.

Wanneer er een stimulus komt die niet herkend wordt, of die niet halfautomatisch kan worden opgevolgd door het uitgekristalliseerde ik-bewustzijn, ontstaat negen van de tien keer een ongemakkelijk gevoel. “Het voelt niet goed” “Ik wil dit niet”. Het veilige thuisgevoel komt onder druk te staan. “Deze stimulus ken ik niet. Dit hoort niet bij mij.”

Dit is waar veel organisaties tegenaan lopen. Kostbare implementaties falen, omdat de transitie op persoonlijk niveau niet begrepen en dus ook niet begeleid wordt. De volgende metafoor kan veel duidelijk maken, hoe dit werkt.

Wanneer we ons bewustzijn vergelijken met een huis is, dan kan je de onbekende stimulus vergelijken met een onverwachte verkoper die aanbelt. Er zijn vaak twee scenario’s. We doen de deur open en starten een (interne) dialoog met de verkoper, een discussie, waarmee we hem proberen te bewegen weg te gaan. Meestal wijkt de verkoper niet en dan kan het zelfs tot een handgemeen komen (intern conflict). Anderen kiezen ervoor de deur extra op slot te draaien. De verkoper blijft echter storend aanbellen. Negeren we dit, dan vindt hij meestal wel andere mogelijkheden om onze aandacht te trekken. Hij slaat zijn kamp op in je voortuin.

Het ongemakkelijke gevoel dat deze situatie geeft, gaat niet weg op deze manier. Niets helpt.

Wanneer we de verkoper echter binnenlaten in ons huis en luisteren wat deze te vertellen heeft, blijkt het meestal wel mee te vallen. Sterker nog: de verkoper blijkt vaak geen verkoper, maar een vriend. Door te luisteren naar deze vriend, wordt de band hechter. Zelfs in dien mate dat je besluit een uitbouw aan je huis te zetten, speciaal voor deze vriend.

Vanuit deze uitbouw (de geestverruiming) zorgt deze vriend regelmatig nog voor overlast (wil aandacht), maar na verloop van tijd hoort hij er helemaal bij, totdat hij op een dag vertrokken (opgelost) is. Er is geen gesprek meer met hem, de uitbouw, maakt nu onderdeel uit van je huis. Alsof het altijd zo geweest is.

Geestverruiming is een uitbreiding van ons bewustzijn. Je bewustzijn wordt letterlijk ruimer. Je ontwikkelt het vermogen pro-actief te zijn (denk aan de eerste eigenschap van Covey), omdat je ontdekt dat in het magische moment tussen stimulus en respons ruimte zit. De mogelijkheid om te kiezen: doe je de deur op slot, ga je in discussie of luister je?

Het omarmen van ongemak, in plaats van het negeren of bevechten ervan vergroot ons vermogen tot wendbaarheid en veerkracht.

In de driedaagse Digitale Intelligentie, die ik samen met Cornalien Stolker organiseer ga je ervaren wat dit voor jou als leidinggevende betekent in een organisatie, die door digitalisering sterk in transitie is. We hebben nog een klein aantal plekken beschikbaar. Meer informatie vindt u hier.

Hans Hoornstra
No Comments

Sorry, the comment form is closed at this time.