Goed bedoeld schadelijk

Wij stuurden onze kinderen naar de Vrije School. Nu de één op de HU zit en de ander in de brugklas, plagen ze mij er wel eens mee. Een van de overweging destijds die meespeelden bij de schoolkeuze, was de nadruk op de eenzijdig cognitieve ontwikkeling in het reguliere onderwijs. Daar wilden we verre van blijven.

Ik heb er geen spijt van. Ik ben het goeddeels oneens met de visie van de Vrije School die zich baseert op het gedateerde gedachtegoed van Rudolf Steiner. En ik ben waarschijnlijk een ouwe lul aan het worden, maar na een jaar of zes vrije school lijken jongetjes op meisjes en andersom. En dan zijn er natuurlijk de terugkerende tenenkrommende momenten, wanneer honderdjaaroude teksten door tienjarigen worden gereciteerd in anachronistische toneelstukken. Maar ik stel: een visie is beter dan geen visie.

Met de ontkerkelijking en ontzuiling hebben we onze samenleving ontdaan van rituelen, voor een goed deel van betekenis en vooral van verbinding.

Met de ontkerkelijking en ontzuiling hebben we onze samenleving ontdaan van rituelen, voor een goed deel van betekenis en vooral van verbinding. In een wereld waar we vandaag digitaal meer relateren dan ooit, brengen wetenschappers het menselijk bewustzijn terug tot biochemische processen. Leren wordt daardoor tot het leggen van fysieke verbindingen tussen synapsen. Een proces dat geoptimaliseerd moet worden. Want we hebben haast.

Omdat mijn kinderen dus naar de Vrije School gingen, is mij de ergernis van de Centrale Eindtoets van Cito godzijdank bespaard gebleven. Maar inmiddels, zo dacht ik, die eindtoets zal ook evalueren en wordt met goede bedoelingen gemaakt door verstandige mensen. Cito zal toch niet net zo in het verleden blijven hangen als de Vrije School aan de andere kant van het spectrum. Niets blijkt minder waar.

Door de post van Guido Romein en naderhand het artikel van Aaf Brandt Corstius in de Volkskrant zag ik dat de percentielscores nog altijd een prominente plek innemen in het leerlingenrapport. Ik kan mijn verbazing en verontwaardiging niet onder stoelen of banken schuiven.

In de ouderkrant staat onderstaand voorbeeld. Het beeld is ‘toevallig’ van een leerling die in het vergelijk met anderen bovengemiddeld scoort.

Misschien kan ik de kille ontwerpers van deze test in het kort duidelijk maken wat deze representatie met mensen van vlees en bloed doet. Om te beginnen de vraag: wat zou de rapportage moeten doen? Ik denk dat de rapportage – bij voorkeur in Jip en Janneke taal – gericht moet zijn op het inzichtelijk maken van de ontwikkeling van ieder individueel kind en zijn of haar talenten en ja, ook van de cognitieve niveaus. Op basis daarvan kan een schooladvies worden geformuleerd. Niet meer dan dat.

Ik denk dat het kind misschien moeite heeft met rekenen, maar deze percentages perfect begrijpt. Ik. Ben. Minder.

Maar nu wat het rapport daadwerkelijk doet. Voor een goed advies ontkom je er wellicht niet aan om het niveau van het kind te classificeren. Daarmee wordt het voor het kind en de ouder inzichtelijk welke school voor het kind het beste aansluit op de huidige ontwikkeling. Maar welk doel dient het om het kind te vergelijken met andere kinderen? Jij bent hoger. En jij bent lager. Niet een beetje. Nee, exact 82% lager. Ik denk dat het kind misschien moeite heeft met rekenen, maar deze percentages perfect kan duiden. Ik. Ben. Minder.

Het zijn voor beleidsmakers en mogelijk voor een schooldirecteur waardevolle cijfers. Voor het individuele kind en zijn of haar ouders is het schadelijk en corrumperend. Cijfers waarbij kinderen worden vergeleken met andere kinderen horen niet thuis in de manier waarop wij met kinderen om zouden moeten willen gaan. Niemand wordt er beter van.

In zijn bestseller Twelve Rules for Life beschrijft klinisch psycholoog Jordan Peterson twaalf regels voor een gelukkig en zinvol leven. Regel vier luidt: “Compare yourself to who you were yesterday, not the useless person you are today.” [tip: lees hem in het Engels, de vertaling is niet om over naar huis te schrijven].

In het betreffende hoofdstuk legt hij uit hoe corrumperend het is om jezelf te vergelijken met anderen. Er zijn altijd mensen beter en altijd mensen slechter. Vergelijk jezelf met hoe je gisteren was. Een goede coach zal deze regel ook ter hand nemen. Het is geen rocket science.

Hoeveel kinderen door de stompzinnige centrale eindtoetsrapportages gekwetst en gedemotiveerd raken is mij onbekend. Maar het zal een groot aantal zijn. Een stigma dat je niet van je afspoelt onder de douche. Wanneer je kind hoog scoort op de percentielscores denk je wellicht dat jouw kind de dans ontsprongen is. Nèt aan de goede kant van de norm. Wat een opluchting.

Misschien volgend jaar eens anders aanpakken, want goed bedoeld maakt niet minder schadelijk.

Maar deze rapportages traumatiseren niet alleen de leerling die in de vergelijking het onderspit delven, maar net zozeer die leerling die ‘goed’ scoort: ik ken genoeg intelligente wezens die hun leven lang door een hoepel springen door deze praktijken. In een packing order zijn er alleen verliezers.

De percentielscores doet Cito denk ik al zeker 50 jaar. Het zegt zeker iets. Maar deze methode is beter geschikt om eieren op grootte te sorteren dan om kinderen te stimuleren en begeleiden in hun ontwikkeling. Het is bovendien een psychologische valkuil om leerlingen onderling te vergelijken. Misschien volgend jaar eens anders aanpakken, want goed bedoeld maakt niet minder schadelijk.

Hans Hoornstra
No Comments

Sorry, the comment form is closed at this time.